Geboren 25-04-1952 Grou

Leven en werk

Jan van der Leij is opgegroeid in Grou, tot zijn twintigste was het waterland rondom dat dorp het gebied waar hij zich thuis voelde.

Daarna ging hij naar Groningen om daar aan de Academie voor Bouwkunst een opleiding tot architect te volgen. Tot 2011 was Van der Leij als architect verbonden aan het kantoor van Abe Bonnema zaliger in Hurdegaryp. Tegenwoordig woont hij in Wyns, waar hij een Bed and Breakfast uitbaat.

Schrijver
Op vakantie heeft Van der Ley de gewoonte om dingen die hij ziet en meemaakt op te schrijven. Korte observaties in de vorm van verhaaltjes met een begin, een midden en een eind, bedoeld voor het vakantieplakboek. Die gewoonte bleek een goede ‘training’ te zijn voor het schrijven van langere verhalen, waarmee hij later begon. Hij debuteerde met drie korte verhalen in Tuskenspul  (1997), een bundel met kaatsverhalen en gedichten.

Van der Leij schreef zijn vakantieobservaties altijd in het Nederlands, maar toen hij met het ‘serieuzere’ werk begon, stapte  hij over op het Fries. Daarvoor moest zijn beheersing van de Friese spelling wel worden geactualiseerd, reden om bij de Afûk een paar cursussen te volgen. Op een schrijfcursus bij Akky van der Veer verdiepte hij zich verder in het vak van het schrijven van verhalen.

Dat zijn inspanningen niet voor niets zijn geweest, bleek in 2003 toen hij een Rely Jorritsmaprijs won voor zijn verhaal Apart. Het jaar daarop kreeg hij die prijs nog een keer voor een verhaal met de titel Fertocht. Beide verhalen zijn opgenomen in zijn in 2005 verschenen debuutbundel De tiid stie even stil.

De verhalen in de bundel lopen nogal wat uiteen, sommigen zijn humoristisch, anderen absurdistisch, weer anderen zouden onder het kopje ‘horror’ kunnen worden ondergebracht. Zoals sfeer en onderwerp uiteen lopen, is ook de lengte heel verschillend. Van der Ley haalt zijn onderwerpen uit het gewone leven van alledag, maar hij brengt ze zo dat niets is wat het lijkt. Geregeld hebben zijn verhalen aan het eind een verrassende draai, waardoor hij zijn lezers ineens op een hele andere voet zet. Dat deed sommige recensenten denken aan de wijze waarop Roald Dahl zijn verhalen liet eindigen.

De verschillende besprekers van het debuut van Jan van der Leij waren behoorlijk eensgezind in hun oordeel; Jitske Kingma (De Moanne,  nr. 5, juni 2005)  en Abe de Vries ( Leeuwarder Courant,  18-03-2005)  waren lovend over sommige langere verhalen, maar schreven ook dat enkele van de korte verhalen het niveau van een schets niet te boven gaan. Beide prezen het schrijftalent van Van der Leij.

In 2008 heeft Van der Leij een aantal Engelse oorlogsgedichten uit de Eerste Wereldoorlog vertaald naar het Fries. Vijf daarvan zijn geplaatst in literair tijdschrift Hjir.

In 2019 heeft hij een toneelstuk van John Steinbeck vertaald voor het openluchtspel te Snakkerburen onder de titel Fan mûzen en mannen. In datzelfde jaar publiceerde hij een Nederlandstalig boekje met anekdotes over zijn Bed and Breakfast onder de titel Dan trouwen we toch een week later.

Werk

Proza
1997: 3 verhalen in de bundel Tuskenspul
2000: verhaal in 20 Simmerferhalen (verzamelbundel)
2005: De tiid stie even stil (ferhalen)
2008: De ein fan 'e dyk (verhalen)
2008: De tiid stie even stil: audioboek, voorgelezen door de schrijver
2019: Dan trouwen we toch een week later (anekdotes over zijn Bed and Breakfast)

Toneel
2019: Fan mûzen en mannen (vertaling van John Steinbeck - Of mice and men)

Prijzen
2003: Rely Jorritsma-prijs (verhaal: Apart)
2004: Rely Jorritsma-prijs (verhaal: Fertocht)

Meer informatie
Jelle van der Meulen, Friese literatuursite
Sippie Miedema, FD 19-04-2019 (over Dan trouwen we toch een week later)

©Tresoar, 03-07-2019